

Een bijzondere ontmoeting met twee jonge meiden, net in de twintig schat ik zo in. Zij zijn bepakt met een grote rugzak en dragen een blauwgeel sjaaltje. Ze hebben een vraag: “Kun jij ons helpen aan een slaapplek vannacht? We hebben onze tent mee.” Even nadenken, ja dat kan. Jullie mogen in ons paradijsje, de moestuin verblijven. Daar hebben we een klein middeleeuws huisje, waar je op open vuur kunt koken.
Ze moeten minstens 15 km per dag moeten lopen en mogen niet naar een restaurant. Ze zijn afhankelijk van gastvrijheid. Ze komen uit Zweden en zijn net als 10% van de bevolking, Scout. Net als de koning, vertelden ze trots.
Ik breng kannen vers water en ijsklontjes. Ze mogen alles gebruiken. Eind van de dag gaan we even bij ze langs. De tent staat, ze zijn aan het eten. Ze hebben enkele leuke vragen voor ons. Daarmee willen ze ontdekken wat er in onze levens speelt. Het blijkt dat dit hun eerste dag is en dat ze gedropt zijn met de bus.
Over 10 dagen moeten ze lopend in Utrecht uitkomen waar ze de ervaringsverhalen zullen delen met elkaar. Wat een bijzondere ontmoeting en wat leuk om ze te helpen. Die nacht gaat het onweren en er lijkt geen einde aan te komen. De volgende morgen krijg ik een bedank-whatsappje en er ligt een lief kaartje in huis met snoepjes. Deze midzomernacht zullen wij en zij niet snel vergeten.
Wat kan de natuur een licht geven, ook al is het donker.

