


Je komt alleen en je gaat alleen
Dat hoor ik mensen weleens zeggen. Vorige week, toen ik terugreed vanaf de kust van het IJsselmeer, moest ik daaraan denken. Ik had afgesproken met de persoonlijk begeleider van een vrouw die jarenlang een bekend gezicht was in onze buurt. We ontmoetten elkaar en dronken koffie. Tot mijn verbazing herkende ze mij nog, uit de tijd dat ik bootverzekeringen verzorgde.
We gingen haar man teruggeven aan de natuur, aan het water. Samen hadden ze jarenlang gezeild, zelfs tot aan de Middellandse Zee. In de tussentijd was ook haar dochter overleden, nog geen vijftig jaar oud. Toen de zon doorbrak, wandelden we over de dijk. Via Spotify draaide ik zijn favoriete muziek.
Met mijn laarzen in het water lieten we samen zijn as opgaan in het IJsselmeer. Zij strooide rozenblaadjes uit en ik liet één roos achter als symbool voor hun jarenlange liefde. “Het is goed zo,” zei ze. Bij de auto gaf ik haar het as-steentje terug, samen met een roos voor haar nieuwe woonplek. Ze is bijna alleen. Bijna vergeten in een verzorgingstehuis. Toen ik later terugreed over de dijk, bekroop mij een gevoel. Misschien had ze die dag iets meegekregen wat nog belangrijker was dan het afscheid zelf: even was ze niet alleen.
Het raakte me. Mensen hebben mensen nodig. Zoals de bijzondere persoonlijk begeleider, die er op haar vrije dag voor zorgde dat dit moment toch kon plaatsvinden.
